Totaal aantal pageviews

zondag 13 februari 2011

Mijn Oeteldonk gevûûl

Mensen die me hebben leren kennen in de afgelopen, laten we zeggen 8 jaar, zullen het zich bijna niet kunnen voorstellen. Vroeger was ik eigenlijk helemaal geen Carnavalsvierder. Ik was erbij, maar het feest ging grotendeels langs me heen. Belangrijke wedstrijd van PSV in het weekend? Keek ik die wel in plaats van de optocht. Moeders had een klusje voor me? Ik voerde 'm zonder mokken wel uit, dan maar geen dweilmiddag.

Natuurlijk, ik vierde het wel. Ik woon immers mijn hele leven al in Brabant. Mijn eerste hospassen zette ik op mijn basisschool, vanaf mijn 10e liep ik mee in de polonaise van het Udenhoutse kindercarnaval in café De Schelf (de wat?) om vervolgens in de opvolger, " 't Plein" mijn eerste echte zoen aan een meisje te geven. Weer een paar jaar later dronk ik mijn eerste biertjes stiekem en verre van legaal een dorp of twee verder. Jawel, dit alles gebeurde tijdens Carnaval. Later ging ik ook naar Tilburg, of vierde ik Carnaval in de andere omringende dorpen. Toen ik in Breda studeerde heb ik ook daar van het Carnavalsfeest mogen proeven door er een paar dagen te werken m'n stamkroeg aldaar. En toch, Carnaval overkwam me gewoon, ik deed leuk mee, maar daar is dan ook alles mee gezegd.

Hoe anders is het nu. Mijn eerste jaar in Oeteldonk was niet anders dan de Carnavalsjaren ervoor. Maar daarna begon het op een gekke manier te kriebelen, toen ik voor het eerst op "11-11" inwoner van Oeteldonk was. Het was nog helemaal geen Carnaval, maar toch bracht het een sfeertje in de stad dat me fascineerde. Mannen, vrouwen, jong en oud gekleed in boerenkielen en jasjes vol emblemen, rood-wit-gele shawls en vlaggen in dezelfde kleur waren overal te zien. Toen wist ik het, hieraan wil ik meedoen.

Nou had ik toevallig nog een oud jasje liggen. Zo een die van een zoon van een vriendin van je moeder is geweest. Een die voor mij eigenlijk ook net te klein is en dus niet comfortabel genoeg zit om naar formele gelegenheden aan te trekken. Een oud brasjasje van een ex-corpslid in Amsterdam die het verrassend genoeg heeft overleefd. Gelukkig was mijn moeder zo lief (en dat is ze nog steeds) om een aantal emblemen die ik aan had geschaft gelijk op mijn jasje te naaien. En zo stortten mijn jasje en ik ons in het Oeteldonkse feestgedruis. Dit jasje was voorbestemd om geschiedenis te schrijven. Míjn Carnavalsgeschiedenis.

Want oh oh oh wat hebben we veel meegemaakt samen, mijn jasje en ik. Dat is er ook wel vanaf te zien en zeker te voelen. Elk jaar moet er weer een nieuw embleem opgenaaid worden en voor mijn arme lieve moeder wordt dit elk jaar weer een meer helse klus. Vorig jaar heeft ze drie naalden gebroken op het jasje. Die emblemen zijn te dik om een naald doorheen te naaien, maar bovenal is mijn jasje kei- en keihard geworden van het vele bier en andere rotzooi die er overheen zijn gegaan. Keertje wassen? Geen optie, dan was je alle herinneringen eruit. Er zijn immers ook versiersels op gevingerverfd. Door wie? Geen idee. Ik vraag elk jaar nog steeds aan wildvreemden of ze dat zonnetje en die boom op mijn jasje hebben geverfd. Veel vrouwen vinden het een aparte openingszin. Maar aparte openingszinnen horen bij Carnaval, vind ik.

Mijn Oeteldonk-shawl en handschoenen heb ik inmiddels meerdere keren vervangen. Die houden het vaak maar een Carnaval of 2-3 uit heb ik gemerkt. Maar mijn jasje was overal bij, kent mijn allergrootste hoogte- en dieptepunten. Want de grote hoeveelheid drank die ik met Carnaval (soms, héél soms) consumeer, heeft soms ook zijn negatieve bijwerkingen. Je zou zelfs kunnen stellen dat mijn jasje mij beter kent dan ikzelf. Mits hij alles onthouden heeft natuurlijk, want ook mijn jasje drinkt elke Carnaval weer grote hoeveelheden bier.

Carnaval 2011 wordt mijn voorlopig laatste Carnaval als Oeteldonker, maar zeker niet mijn laatste Carnaval in Oeteldonk. Al moet ik gedwongen naar Canada emigeren, voor Carnaval in Oeteldonk kom ik terug. Op 3 januari heb ik al vrij gevraagd voor Carnaval. En sinds die tijd tel ik al actief af naar Carnaval 2011. Op het moment van schrijven moeten we nog 20 dagen en iets minder dan 14 uur. Als je het zo bekijkt, dan kan het "we zijn er bijna" alvast gezongen worden.

Wanneer Knillis straks op 6 maart wordt onthuld, zullen mijn jasje en ik er zijn. Dan barst het feest voor ons los. En als Knillis wordt begraven, staan we er ook. Mijn jasje kent de tranen die ik dan stiekem toch heel eventjes laat vloeien, op het moment dat Knillis van zijn sokkel wordt gehaald. Dat is voor mij het één-na moeilijkste moment van Carnaval. Het allermoeilijkste vind ik het om mijn jasje uit te trekken op dinsdagavond, iets na twaalven.

Dan weet ik namelijk dat het weer ongeveer een jaar zal duren voordat ik hem weer aan kan trekken.

1 opmerking:

  1. *snif* Ontroerend.
    Heb je die van mij ook al gelezen Stijn?

    Groet, Anja

    BeantwoordenVerwijderen